In mijn onderwijsbestaan is in 40 jaar veel veranderd. Of toch niet? In ieder geval heb ik in mijn keuken nog een groene pan met bloemen uit mijn studententijd. Erfenis uit Amsterdam. Ik was net op kamers gegaan, en woonde bij een hospita. Reeds na zes weken kwam zij te overlijden en wij als onderhuurders moesten er snel uit. Tussen mijn spullen bleek toen ook een oude pan van de hospita te zitten. Deze pan gebruik ik nog steeds! Hij is ideaal om rijst in te koken.
Een van de dingen die ook altijd is gebleven, is de eetclub. Na dat jaar in Duitsland kwam ik weer in Nederland, op de school in Coevorden. Dat was vrij onverwachts en ik had geen huis. Ik werd bij een collega ingekwartierd, en we aten meestal samen. Dat bleven we ook een paar keer per week doen, toen ik een eigen woning had. Een net gescheiden collega, vroeg of hij zich eens per week bij ons mocht aansluiten. Een tijdje later hing er van een andere collega in alle drie de gebouwen van onze school een scheidingskaartje in de personeelskamer op het prikbord. Deze collega kwam ook bij de eetclub. Deze club was belangrijk voor mij als beginnend docent, om door de anderen, die al langer in het onderwijs zaten gesteund te worden. We hebben ook ontzettend veel stoom afgeblazen!
Mijn groene pan met bloemen bleef ik gebruiken voor rijst en spaghetti. Ik gebruikte ook vaak een hapjespan van de Aldi, waarvan ik heel vaak de steel weer vast heb moeten schroeven. Blijkbaar waren die pannen toch een doorn in het oog van een van de collega’s van de eetclub. Ik kreeg spontaan zijn oude pannen toen hij ging samenwonen.
De groene pan met oranje bloemen heb ik toen niet weggedaan, maar ik gebruik hem niet vaak meer. De eetclub is er ook nog, we komen een paar keer per jaar bij elkaar. Ik ben nog de enige die werkt.
Als ik ook met pensioen ga, komt er een geranium in de groene pan, dan zet ik hem op de vensterbank en ga erachter zitten.








































