Het is weer de tijd van het jaar richting herdenking van de Tweede Wereldoorlog. Een tijd van verschrikkingen.
Een poos geleden zag ik een reportage over spookstudenten. Jonge mensen vertelden dat ze deden alsof ze studeerden, ze woonden ook op kamers, in een huis met andere studenten, maar in feite studeerden ze niet. Tegenover hun omgeving deden ze of ze naar college gingen, spraken over hun studie en hun resultaten. In feite waren ze een soort van verlamd. Een student bleef overdag heel stil op zijn kamer, alsof hij er niet was. Durfde ook niet naar het toilet te gaan, laat staan door te trekken. Ik moest toen denken aan Anne Frank, zij en de andere onderduikers moesten overdag stil zijn, om niet opgemerkt te worden door de mensen in het voorhuis.
Ik dacht weer aan die spookstudenten, in gesprek met een vriendin. Ze vertelde over haar zus, waarvan een zoon zou afstuderen. Toen ze vroeg wanneer dat precies zou zijn volgde een stilte. Uiteindelijk kwam de aap uit de mouw. Deze student bleek al vier jaar spookstudent te zijn.
Op je achttiende wordt je geacht volwassen te zijn, als ze nog op de middelbare school zitten kunnen ze zich dan zelf absent melden, bijvoorbeeld als ze een toets hebben. Maar wat zeggen ze dan thuis? Dat ze ziek zijn? Dat de docenten ziek zijn? Dat er weer online les is? Of gaan ze bij mooi weer de hele dag in het park zitten?
Bij een activiteit in de stad, een paar jaar geleden, vond een leerling ergens in het gras een bankpas. Deze bleek van een leerling te zijn, die hem had verloren op het moment dat ze bij mij in de les had moeten zitten en ik geloof dat er toen een toets was.



































